De dialogen, deel 1: “Zag je hoe ze keek?”

“Zag je hoe ze keek?”
“Waar heb je het over?”
“Die meid. Die net voorbij liep. Zag je hoe ze naar me keek?”
“Die daar, die nu verderop loopt.” Hij wees haar na.
“Nee, ik heb geen idee. Hoe keek ze dan?”
“Gast, ze wilde me. Ik zag het aan haar blik.”
“Hoe weet je dat nou weer?”
“Nou, ehh, ze hield het oogcontact langer dan drie seconden aan.”
“En dat is jouw manier om te verklaren dat ‘ze je wilt’?”
“Het is een signaal.”“Dat is toch geen manier om erachter te komen dat ze je wilt?”
“Soms is het kleinste signaal voldoende om te weten dat er iets speelt, Stan.”
“Dus met iedereen waar ik vanaf dit moment oogcontact heb is dus een potentieel seksueel partner? Dus als ik een nagelschaar koop bij de Kruidvat en de kassière aan mij vraagt: ‘Heeft u nog vragen over de gebruik van dit product?’ en daarbij iets langer dan drie seconden oogcontact maakt is het een potentieel seksueel partner?”
“Nee, natuurlijk niet. Maar in deze context is het een signaal.”
“Wat is de context dan?”
“Nou, dat wij hier zitten. Op een terras. En ik haar niet ken. En zij oogcontact zocht ondanks dat we niet met elkaar spraken.”
“En wat nou als ze geen oogcontact zocht en naar jouw opvallend korte wenkbrauwen keek?”
“Dat deed ze niet.”
“Dat kun je niet weten, misschien vond ze die wel heel opvallend. Jij kunt het verschil niet zien of ze naar je wenkbrauwen of in je ogen keek.”
“Ik weet zeker dat ze oogcontact zocht.”
“Hoe kun je dat nou weten?”
“Haar pupillen werden groter op het moment dat we oogcontact hadden.”
“Laat me raden: dat is ook zo’n signaal van je?”
“Niet van mij, het is wetenschappelijk bewezen.”
“Oh ja, door de Universiteit van Gleuven zeker.”
“Als je iets interessant vindt dan kijk je er naar en dan worden je pupillen groter als je het in je zichtveld hebt. Het is echt zo, zoek het maar op.”
“Als ik het zoek op het internet, dan kom ik uit op vrouwenversieren.nl. Dat klinkt als een bewijs dat zichzelf bevestigt.”
“Artikelen over voetbal vind je ook op voetbalwebsites. Geen wonder dat dit naar voren komt.”
“Geloof je werkelijk dat ze met je flirtte? Niet te geloven.”
“Veel vrouwen flirtten met me. Je ziet dat pas in als je de signalen herkent.”
“Je bent een dwaas als je gelooft dat alle vrouwen met je flirtten.”
“Niet alle. Dat zeg ik niet. Maar wel veel.”
“Deze flirtte niet met je. Geloof me. Punt.”

Even later kwam hetzelfde meisje weer voorbij. Ze keek vlug hem aan en liep naar hem toe: “Hee. Ik zag je net zitten en.. Nou.. Het is heel vreemd, maar het viel me op dat je wenkbrauwen heel kort zijn! Hoe kan dat?”
“Ik heb het van m’n moeder! Een heel vreemd familietrekje. Het is wel een grappig verhaal: mijn oudere zus die heeft ze niet en als kind kwam ze eens in een jurk van m’n moeder naar beneden. Mijn moeder merkte toen dat ze haar wenkbrauwen voor de helft had geschoren zodat ze op m’n moeder zou lijken.”
“Ahh.. Dat is lief! Uhm, beetje vreemd om dit nu te vragen, maar heb je zin om eens een biertje te doen?”

Nadat zij haar nummer gaf en wegliep zwaaide ze hem na.
“Zie je wel? Ze flirtte.”
“Rot op.”

Plaats een reactie