Tante Bep is laatst 75 geworden. Op die leeftijd heb je niet meer zo’n behoefte aan cadeaus, en daarom gaf iedereen haar jaarlijks een enveloppie met geld. Dat heeft ze jaarlijks in een pot onder haar bed gestopt en nu had ze in al die jaren vijfentwintighonderd euro gespaard. Maar ja, ze is niet zo wereldwijs he. Nooit een vent gehad, altijd alleen in dat doorzon woninkje gewoond, dus vroeg ze aan mij of ik mee wilde gaan naar de bank om het geld te storten, want dat ‘had ze nog nooit gedaon’. Dat was ff lastig natuurlijk, want ik had niet veel tijd. De katten moeten immers ook aandacht krijgen en Ria komt altijd iedere woensdagmiddag om 12 uur op de koffie. ‘Ach’, dacht ik bij m’n eigen, ‘Dat mensie hep ook nie veel. Voor haar maok ik tijd vrij.’ Samen gingen we naar de bank op de ASW. Hè? Je weet niet wat de ‘ASW’ is? De straotweg natuurlijk. Hè? Ken je dat ook niet? Dà is in Zuilen.
Maar Bep, die mankenelis, loopt natuurlijk niet meer zo goed als vroeger. En bij de bank hebben ze alleen van die draaideuren, waar zij en haar rollator niet doorheen kwamen. We hebben nog een poging gewaagd, maar toen zat ze vàs. Dat was niet alleen door die rollator hoor, dat was ook door jarenlang mariakaakjes bij de koffie. Dus ik prop me langs die rollator van Bep, laat haar op mijn schouders hangen en klap de rollator in. Als een manke dromedaris kwamen we de bank binnen.
Afijn, we moesten nog een lange tijd wachten, want het was druk bij de bank. Ze zal het niet geloven, maar er waren acht mensen voor ons om geld te storten. En maar lullen dat het slecht gaat met de economie. We waren bijna aan de beurt toen ik erachter kwam dat het heule geldstortsysteem van de bank anders is geworren. Sta ik daar ook met een bek vol tanden. Beetje gespiekt bij vorige natuurlijk, hopelijk had ‘ie niet door dat ik weet dat z’n pincode eindigt op -08. Maor ik zag dat geld in een zwarte schuif moest. Wij doorliepen alle stappen, en ik druk dat geld tegen die zwarte schuif, toen een attente jongeman ons vertelde dat ik eerst op “Doorgaan” moest drukken voor de schuif openging. Bep en ik lachen joh. Ja, en je weet hoe Bep is als ze moet lachen hè? Als ze eenmaal gaat, dat gaat ze. Bulderend moest ze de rollator vasthouden, anders zou ze lachen van de narcose na een heupbreuk. Ze hield het niet meer. En ik voelde me weer even zo’n dom gansje van zestien.
Al dat geld gestort, zegt Bep plots: “Moet je kijken Ans, d’r zit gewoon een deur voor mensen die slecht ter been zijn.” Handig, maor was ik daar maar achter gekomen voordat ik als Atlas de bank binnenwandelde. Giechelend rolde Bep achter de rollator naar huis.
Heerlijk mensie hè, die Bep? Moet je nog een bakkie trouwes?